06 1393 6399 [email protected]

Wet DBA in de ijskast tot 1 juli 2018

De Wet DBA is onwerkbaar en dus schuift de politiek het probleem voor zich uit.  Tot 1 juli 2018 krijgen werkgevers geen boete inzake de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DBA als achteraf wordt geconstateerd dat er toch sprake was van een dienstbetrekking.

Wet DBA in de ijskast tot 1 juli 2018

 

De Wet was eerder al uitgesteld tot 1 januari 2018, maar heeft talloze zzp’ ers opdrachten en dus inkomsten gekost.

Om het gezichtsverlies nog proberen te beperken zijn er tien beleidsvarianten op de Wet DBA bedacht. Het nieuwe kabinet moet hierover beslissen..

Rapport inzake Wet DBA

Een ambtelijke commissie heeft een rapport opgesteld met tien varianten voor de Wet DBA. De bewindslieden Asscher en Wiebes hebben het rapport op 22 mei naar de Kamer gestuurd. Hoe het verder gaat met de Wet DBA en welke varianten zullen worden gevolgd is aan het volgende kabinet.

Aanleiding voor het onderzoek van de ambtelijke commissie was het eindrapport van de commissie Boot. De ambtelijke commissie heeft naar aanleiding van de aanbevelingen van die commissie onderzocht hoe de criteria ‘vrije vervanging’ en ‘gezagsverhouding’ beter kunnen aansluiten bij het huidige maatschappelijk beeld van een arbeidsrelatie. Het resultaat is een lijvig rapport waarin tien varianten worden geschetst. Vier varianten kunnen snel worden toegevoegd, met als meest eenvoudige doorgaan en vanaf 2018 handhaven, voor zes andere is meer tijd nodig omdat ze een wetswijziging vergen. Hoe het verder gaat met de Wet DBA blijft ook na dit rapport onduidelijk. Het volgende kabinet zal hierover moeten beslissen. De ambtelijke commissie geeft aan dat geen van de door hen geschetste varianten alle problemen met de Wet DBA direct zal oplossen. Wel achten de opstellers van het rapport het van belang dat het handhavingsmoratorium zo snel mogelijk wordt beëindigd en er helderheid komt.

 

Kwaadwillend

Bent u kwaadwillend – bv een werkgever die een zzp’ er laat werken als schijnzelfstandige, terwijl hij weet – of had kunnen weten – dat er eigenlijk sprake is van een dienstbetrekking. In dat geval kan de Belastingdienst een correctieverplichting of naheffingsaanslag opleggen.